De Tatra is wel een oeroud regionaal ras, maar zijn carrière als rashond is tamelijk nieuw. De herders namen het niet zo nauw met de uiterlijke kenmerken. Hun honden, die huis, hof en het vee dienden te bewaken, moesten betrouwbare wakers zijn. Oppasser en helper ( czuvac ) zijn, betekent zelfstandig kunnen werken en terughoudend tegenover vreemden zijn. Zij moesten kracht hebben, maar ook wendbaar en intelligent genoeg, om het tegen wolven en beren te kunnen opnemen. En vanwege de schapen zoveel mogelijk wit zijn.

Pas na de eerste wereldoorlog ontstond er een splitsing tussen de witte herdershonden en werden het verschillende rassen.

Ook het Poolse leger zocht parate weerbestendige honden in het land, en zodoende werden velen "schapenhulpjes" uit de Podhale legeronderdaan. Ze werkten als meldingshond, verkennershond , munitiedrager, sledehond, diensthond, reddingshond en blindenhond. In 1937 werd er een diensthonden tentoonstelling in Zakopane gehouden van deze allrounders. Er werden plannen gemaakt om een zelfstandige club op te richten er moest een standaard opgesteld worden. Helaas kwam hier door de tweede wereldoorlog abrupt een einde. De Tatra gold als soldaat en of ze nu in het leger waren of niet, de hond moest daar bitter voor bloeden. Het einde van de oorlog leek ook het einde van dit oeroude ras te zijn. Maar de Tatra had over duizend jaren het overleven geleerd.

Pas in 1956 waren er weer honden op de tentoonstelling in Zakopane 110 in getal en wederom begon men met de opbouw van het ras.

Er werd een rasvereniging opgericht, een standaard opgemaakt en men begon fokmateriaal te selecteren.

In 1967 wordt de standaard door de Federation Cynologique International (FCI) geaccepteerd, sindsdien heten ze officieel Polski Owczarek Podhalanski .

Bron http://www.mimesis.nl/demos/nizinny/tatra.html

Over het karakter en de aard van de witte rassen kunnen we al van de Romeinen leren zij hadden hierover geschreven: Zijn natuur zal noch vertrouwelijk, noch schuw of bijterig zijn. Hij zal eerder voorzichtig als roekeloos zijn. Hij moet nadat hij met schranderheid en dreigend degene die hem met boze voorwendsels nadert, deze met zijn geblaf afschrikken, zodat deze zich alsnog kan terugtrekken. Wie hem dan alsnog nadert, zal hij woedend bestormen. Dat was de eerste plicht van deze honden, die zich niet laten aanvallen, en de tweede, zich met moed en volharding verdedigen.

Met deze woorden is eigenlijk het karakteristieke van deze honden al beschreven. De Tatra is een waak- en beschermhond, honden die al duizenden jaren gewend zijn zonder hulp der mensen de kudde (roedel) te verzorgen. En bij dit werk, waar zij zich altijd verplicht toe voelen horen drie grondbeginselen:

  1. Een steeds alerte opmerkzaamheid tegenover alles en iedereen.
  2. Een gezonde gereserveerde houding en voorzichtigheid tegenover zaken. Die nieuw voor hen zijn.
  3. In hoge mate intelligent zijn om nieuwe situaties naar waarde te kunnen schatten en zonodig te handelen, dat ze voordeel bij doen.

Een Tatra ontgaat niets. Ook niet wanneer hij schijnbaar ligt te doezelen, registreert hij de kleinste veranderingen in zijn omgeving, zowel de van de tafel gevallen prop papier, als de bal in de tuin van de buren die er gisteren nog niet lag. Kleine dingen worden meteen voorzichtig in ogenschouw genomen en ingelijfd. Grotere zaken, zoals een nieuwe kast of een staande lamp worden eerst dreigend van een afstand geobserveerd, van een veilige afstand onderzocht en pas daarna aanvaard of aangevallen.

Vreemden, die de Tatra niet kennen, houden deze gedistantieërdheid van de hond voor angst of schuwheid.

Voor deze zelfstandige beoordeling, afwachten en handelen heeft de Tatra bewegingsvrijheid en tijd nodig. Een Tatra is geen hond waar men tegen kan zeggen: "dat is goed, plaats ". Hij zal en moet dat zelf beoordelen. Dat doet hij ook, meestal in de betekenis van, wat is het beste voor zijn baas.

Tegenover bekenden, en zijn eigen roedel (gezin), is de Tatra een en al aanhankelijkheid. Hij volgt en beschermd 24 uur per dag en wil het liefst altijd in de buurt zijn. Hij volgt niet bij de voet of op bevel, hij volgt, omdat hij zich verantwoordelijk voelt. En bij dit "verantwoordelijk zijn" hoort natuurlijk, dat men hem bewegingsvrijheid moet geven, die een goede waker nodig heeft.

Aan dit aangeboren verantwoordelijkheids gevoel voor zijn roedel zitten drie consequenties, wanneer je met een Tatra op goede voet en in harmonie samenleven wil:

  1. Een Tatra heeft altijd een goede verstandhouding nodig met de familie. Het is geen hond alleen voor de kennel, voor de tuin, of om op de een of andere manier gescheiden te worden van zijn roedel (gezin). Hij moet altijd zelf kunnen beslissen of hij in de buurt van zijn roedel wil zijn of niet.
  2. Een Tatra is geen hond voor mensen die van een absoluut gehoorzame en onderdanige waakhond houden. Hij doet niets op bevel, alleen maar uit overtuiging en uit genegenheid. Beschermen en waken hoeft men een Tatra niet aan te leren, dat doet hij vanzelf. Dat moet men eerder af en toe iets temperen.
  3. Een Tatra kan alles leren. Maar het is geen hond die blij en vrolijk in de bijtmouw hangt en zich laat slaan. Onder druk, houdt hij zich niet aan hem door mensen opgelegde spelregels, hij denkt en zoekt zij uitweg zelf wel onder alle omstandigheden.

Bron http://home.tiscali.nl/sb071870/Rasbeschrijving.htm